Instructies voor het rijden in een Fiat 500
Hoe met de Fiat  te rijden

Bij de koude start zal de 'choke' moeten worden uitgetrokken. Vervolgens het contact aanzetten en starten zonder gas te geven (een goede werking van de choke wordt dan verstoord). Zodra de motor is aangeslagen kan als de loop van de motor dat toestaat (zonder schokken etcetera) de choke steeds wat worden teruggeschoven, totdat deze geheel overbodig is geworden. Wegrijden met volledig uitgetrokken choke is overigens af te raden.

Om de auto snel op temperatuur te laten komen is het het beste om al vrij snel na de start rustig weg te rijden. Rijd kalm en accelereer niet te snel. Schakel vrij vroeg over en rijd niet te hard.

Het starten van een warme motor gebeurt iets anders. Schakel het contact in. Laat de choke onberoerd en geef in de plaats wat gas. Op een erg warme zomerdag zal het misschien nodig zijn het gaspedaal volledig in te trappen alvorens de motor aanslaat.

Tijdens het rijden mogen de maximale snelheden die voor een bepaalde versnelling staan en die staan weergegeven op de kilometerteller nooit worden overschreden. De motor kan namelijk 'over zijn toeren worden gejaagd'. Hier moet ook op worden gelet bij het afremmen op de motor.

Het schakelen gebeurt iets anders dan bij een reguliere auto. Dit heeft te maken met het feit dat de Fiat 500 voorzien is van een ongesynchroniseerde versnellingsbak. Het opschakelen kan worden gedaan net als bij iedere andere auto, hoewel wel wat voorzichtiger moet worden geschakeld. Terugschakelen moet via het zogenaamde 'dubbelklutsen'. Hiertoe moet de auto bij het terugschakelen eerst in de neutraalstand worden gezet. Vervolgens de koppeling op laten komen en tegelijkertijd tussengas geven. Dan de koppeling weer intrappen en de vorige versnelling kiezen.

Schakel ook nooit de eerste versnelling of de achteruitversnelling in al de auto nog rolt. Een duidelijk hoorbaar protest zal vanuit het achteronder het gevolg zijn.

 

Jan Vermunt
Fiat 500 club Nederland
Juli 2001.